Onze Friese noaber en weergoeroe Piet Paulusma heeft in zijn glazenbol gekeken. Onder mystieke omstandigheden voorspelt hij ons een ijskoude, maar dan ook een echt ijskoude en lange winter.
Vijftien was ik en ik wilde wielrenner worden. De racefiets die ik daarvoor nodig had stond in een advertentie in de toenmalige GOC. Jurrie Dokter heette de verkoper. Hij woonde in Enschede en vroeg honderd keiharde guldens.
Veel mensen hebben een hekel aan de winter. Dat vind ik ook, wanneer ik zwoegend tegen storm en slagregen naar huis fiets, maar meestal associeer ik de winter met de buitenwereld buitensluiten en gezelligheid binnenshuis.
Onze oudste dochter kan fietsen en dat wil ze weten ook. Het liefst fietst ze elke dag met haar wit-paarse fietsje naar de dorpsschool aan de IJssel. Ik fiets naast haar met de bakfiets met daarin onze jongste telg.
"De winter duurt langer dan kerst alleen", vindt bloembinder Bart Bresser uit Gendringen. "Vandaar dat in mijn zaak geen kerstbomen staan. Deze takken zorgen in januari en februari ook nog voor een winters sfeertje."
In eerdere columns heb ik mijn liefde voor het rennen en wandelen in de natuur beleden. Juist in deze periode van het jaar, probeer ik tijd te maken om mijn hoofd leeg te maken en mijn lijf een beetje ‘in shape’ te houden.
Hoe langer gebrand, hoe steviger en pittiger de koffie. Dat is, kort gezegd, de invloed op de smaak.
“Mensen denken vaak dat ze mijn verhaal hebben gehoord. Delen van het verhaal zijn ook al wel verteld. Nu is het tijd voor mijn verhaal.”
De middelste bonte specht lijkt veel op zijn neef de grote bonte specht. De kop is veel witter en ook wordt de rode kuif niet door zwart omzoomd. Eind jaren negentig waren in Nederland niet meer dan tien broedgevallen bekend.